Natuurtoets met zwarte specht

In verband met een kleine ruimtelijke ontwikkeling zou volgens de opdrachtgever mogelijk een zwarte specht in de weg kunnen zitten. Deze heimelijke specht vormt een van de Instandhoudingsdoelen van het Natura 2000 gebied Veluwe. De zwarte specht wordt tegenwoordig bedreigt door vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie, nadelig voor het stapelvoedsel van de specht; namelijk rode bosmieren.

Binnen de beperkte invloedsfeer van de recreatieve ontwikkeling is gekeken naar het voorkomen van de zwarte specht. Deze werd tijdens het ecologische quickscan onderzoek met Natuurtoetssnel gevonden en bleek op ruime afstand een nestboom in gebruik te hebben. Zwarte spechten hakken met indrukwekkend geroffel elk jaar een nieuwe holte, met een voorkeur voor beuken met weinig zijtakken onder de kroon. De verlaten holten worden dankbaar in gebruik genomen door andere bosdieren, waaronder de boommarter, holenduif en bosuil. De onderhavige zwarte specht had midden mei een nest met twee jongen, die stiekem van een afstand vast konden worden gelegd.

Eind goed al goed, want goed gemotiveerd of ecologisch onderbouwd kon het duurzame recreatieve project een groen licht krijgen.

Boommarteronderzoek

Sinds 2010 volgt EcoNatura de populatieontwikkeling van de boommarter op de landgoederen rondom Deventer (Salland). Deze ontwikkeling is spectaculair te noemen. Waar het in het begin nog ging om enkele koloniserende individuen die kenbaar werden als verkeersslachtoffer en later met behulp van cameravallen, valt nu te spreken van hervestiging van boommarters in elk bos van formaat. Tevens is nu al enkele jaren sprake van een voortplantende deelpopulatie.

De succesvolle terugkeer van de boommarter in de regio – net als elders in Nederland – heeft waarschijnlijk te maken met een combinatie van bevorderende factoren, waaronder wettelijke bescherming, het ouder worden van de bossen met aanbod aan nestholten en klimaatverandering. Dat laatste zorgt voor meer aanwas en overleving van boommarters en hun prooidieren; waaronder woel- en bosmuizen; hoewel langdurige droogte mogelijk ook parten kan gaan spelen. Niet alleen de boommarter, maar ook de steenmarter en andere mesocarnivoren hebben baat gehad bij de voorgenoemde factoren. Boommarter en steenmarter, met vergelijkbare leefwijze, blijken als vermoedelijke concurrenten, ook goed samen te kunnen leven in de huidige ecologische toestand van het landschap. De steenmarter heeft naast een landelijke leefwijze ook een stedelijke, terwijl de boommarter het stedelijke gebied vooralsnog vermijdt, maar wel in groene randen kan voorkomen.

Boommarters maken voor hun rust- en voortplantingsplaatsen liefst gebruik van boomholten in loofbomen; gemaakt door spechten of als rottingsholten. Daarnaast worden ook wel verlaten roofvogelhorsten, takkenstructuren en grondholen gebruikt (bijvoorbeeld een verlaten dassenhol). Voortplanting met de geboorte van jongen vind in het voorjaar plaats en omstreeks midden juni gaan de jongen met hun moeder (het moertje) uitgebreid buiten de geboorteplaats op weg naar onafhankelijkheid.

Voor meer informatie over boommarters en onderzoek bezoek de website van de Werkgroep Boommarter Nederland.

Voor informatie over andere marters is de website van de Werkgroep Kleine Marters zeer de moeite waard.

In opdracht van Habitat Advocaten & Juristen is onderzoek gedaan naar de betekenis van bevers en hun leefgebied in gebied Stadsblokken bij Arnhem. Het onderzoek geschiedde op basis van sporenonderzoek, observatie en consultatie van lokale deskundigen. De resultaten tonen aan dat een beverfamilie binnen het plangebied is gevestigd. De dieren maken ruim van het gebied gebruik als voedselgebied en als toevluchtsoord bij hoogwater.

Het onderzoek leverde ook verrassende nieuwe inzichten op in gedrag en ecologie van bevers in een stedelijk milieu en in de omgeving van mensen.

De habitatvoorwaarden voor de bever als strikt beschermde diersoort en doelsoort van het Gelders Natuurnetwerk (Gelderse Poort Noord) conflicteren met de planvorming voor gebied Stadsblokken, waarin nieuwe woningen, horeca en recreatiefaciliteiten uitgebreid door het gebied heen voor ogen staan. Het gebied fungeert in huidige toestand als natuuroase langs de Rijn tussen de stedelijke zones van Arnhem in, met naast de bevers ook andere beschermde soorten; waaronder de bunzing en ijsvogel.

In opdracht van Cabiner BV voerde EcoNatura op verscheidene locaties in Drenthe ecologisch onderzoek uit naar de mogelijkheden voor de low ecological impact plaatsing van enkele zeer verspreide cabins of ‘tiny houses’ in natuurgebieden. Deze huisjes voor een afgelegen en off-the-grid natuurbeleving  of ‘wilderness experience’  worden in samenwerking met terrein beherende organisaties geëxploiteerd; in dit geval Staatsbosbeheer.

Deze nieuwe vorm van kleinschalige en verspreide natuurrecreatie wordt onderzocht als alternatief voor geconcentreerde accommodatie, zoals een natuurcamping. Op de locaties is middels een onafhankelijke ecologische beoordeling gekeken of hier geen verstoringsgevoelige natuurwaarden in het geding zijn, in aanvulling op onderzoek door Staatsbosbeheer. Hieruit blijkt dat het dierenleven zich snel aanpast en de cabins met rustige bewoning voor lief nemen; waaronder dassen, marters, vossen en reeën.

EcoNatura mocht bij wijze van proef in een van de nieuwe “Cabiners” overnachten. Een aanrader voor wie rust in de Nederlandse natuur wil beleven.

Erwin van Maanen van EcoNatura raakte sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw gefascineerd door de wolf en zijn leefwijze. Hij volgt de terugkeer van de wolven naar het westen op de voet, sinds de wolf zich weer vestigde in voormalig Oost-Duitsland rond het Millennium. Tegenwoordig doet hij onderzoek naar de ecologie van de wolf in het moderne cultuurlandschap en de hernieuwde relatie tussen wolven en mensen, waaronder ook conflict resolutie.

Onderzoek richt zich mede op de ecologische rol van de wolf en zijn betekenis als ambassadeur voor spontane verwildering of rewilding. Specifiek wordt gekeken naar wat nodig is om verwildering met de wolf in goede verhouding met menselijke belangen te bevorderen.

Recent is een artikel met tussentijdse bevindingen over de vestiging van de wolf als rewilding indicator gepubliceerd in het Britse rewilding magazine ECOS: Return of the wolf in Northwestern Europe – A case of spontaneous rewilding.

→ Artikel over de biologie en ecologie van de wolf.

→ Wolvenlezing

 

Econatura behandelt uiteenlopende cases in ecologische beoordelingen. Recent zijn een aantal filmlocaties voor de film Slag om de Schelde middels een Natuurtoets onderzocht naar de ecologische effecten van kortstondige open air filmsets (gevechtsscenes) in en aan beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in Zeeland. Daaruit bleek dat in principe veel aan activiteiten mogelijk is mits in goede banen geleid en mitigatie met oog voor de ruimtelijke en temporele bewegingen van dieren, in dit geval Instandhoudingsdoelen, waaronder watervogels, slechtvalk en zeehonden. Dit heeft met een verkennende Voortoets tot groen licht van de filmopnamen geleid.

In opdracht van een Zweeds bedrijf voerde EcoNatura experimenteel en toegepast ecologisch onderzoek uit naar het diervriendelijk weren van steenmarters en wasberen op locaties waar ze niet gewenst zijn in verband met overlast; bijvoorbeeld op zolders of bij een kippenhok. Tevens is er interesse voor ultrasone wering in Engeland in verband met bescherming van boommarters, namelijk het bevorderen van draagvlak bij kippenhouders of het tegengaan van predatie van vleermuizen door boommarters.

Uit de resultaten met onderzoek met proto-types van speciale ultrasone verjagers blijkt echter tot dusver dat vooral marters en wasberen in hoge mate tolerant zijn voor ultrasoon geluid in het bereik van 15 ‐ 25 kHz en dat slechts een klein deel van de individuen die de experimentele stations bezocht gevoelig zij en vluchtgedrag vertonen. Knaagdieren, katachtigen en hondachtigen (bijvoorbeeld vossen) blijken daarentegen tamelijk gevoelig te zijn voor ultrasoon geluid. Als lokstation werd een T-model sniffer gebruikt.

Het onderzoek gaat verder met nieuwe ontwikkeling van de ultrasone verjagers op basis van de inzichten verkregen uit het huidige onderzoek.

EcoNatura voert in interdisciplinaire samenwerking met H+N+S Landschapsarchitecten en Claus van Wageningen Architecten de invulling van het BREEAM certificaat voor ecologie uit voor het nieuwe RIVM gebouw op de Uithof in Utrecht. Dit geschiedt in opdracht van MEET-RIVM.

In het nieuwe gebouw worden ecologisch uitgekiend en op ecofysiologische principes gefundeerde voorzieningen ingebouwd voor vleermuizen, huismussen, dakbroedende steltlopers (bijvoorbeeld mogelijk scholeksters en visdieven), gierzwaluwen en de slechtvalk. Het ontwerpproces vraagt om een afweging van ecologische effectiviteit en architectonische inpassing; die soms moeilijk zijn te verenigen in verband met velerlei eisen en wensen.

Dit heeft geleidt tot een integrale inpassing van kansrijke faunavoorzieningen in een modern gebouw. Het proces is samengevat door Astrid Bennink van HNS beschreven in  het Duitse landschapsarchitecten magazine BaunetzWoche (→ lees hier het artikel en meer).

Markant en veelbelovend is dat er ondanks dat het RIVM een half jaar geleden nog in casco stond, een slechtvalk boven het gebouw  kwam verkennen.

Op 12 april 2019 geeft de Stichting Kleine Marters haar tweede workshop Kleine marters en de Wet natuurbescherming in de praktijk. Dit keer wordt de workshop gegeven op het prachtige Landgoed & kasteel De Haere van IJssellandschap bij Olst (ten noorden van Deventer), binnen één van onze onderzoeksgebieden.

Naast theorie over de ecologie, onderzoek en bescherming van kleine marters wordt aansluitend een veldcursus inventarisatie en monitoring gegeven. De workshop is gericht op ecologisch adviseurs en ecologen met interesse voor deze kleine roofdieren.

Meer info en aanmelding voor 1 april 2019 bij dhr. J. Mos (secretaris)

In opdracht van de gemeente Deventer is ecologisch onderzoek gedaan naar het functioneren van drie dassentunnels onder een provinciale weg door een bosgebied bij Deventer. Het onderzoek werd uitgevoerd met wildcamera’s en op basis van sporenonderzoek. De tunnels zijn geplaatst in verband de nieuwe vestiging van dassen en boommarters in het gebied circa 10 jaar geleden. Uit het onderzoek blijkt dat de dassen van een burcht die vlak bij de weg ligt regelmatig gebruik maken van één van de tunnels.

Daarnaast maakte ook twee boommarters regelmatig gebruik van deze dassentunnel, ondanks de mogelijkheid voor deze dieren om met gemak het dassenraster te kunnen ‘overspringen’. De marters konden individueel worden herkend aan hun unieke keelvlek; het betrof een volwassen vrouwtje (moer) en een jong dier van dit voorjaar. Voortplanting van boommarters in het gebied is bekend uit meerjarig monitoringonderzoek dat door Erwin van Maanen van EcoNatura wordt uitgevoerd. In totaal passeerde dassen en marters 26 keer gedurende de onderzoeksperiode van vier weken. Ook werden de dieren vastgelegd op vaste wissels die van en naar de faunapassages toe liepen. Verder werden geen andere dieren geregistreerd die van de tunnel gebruik maakte, behalve een gewone bosmuis.

De andere twee tunnels leverde geen detecties van dieren op. In een van deze tunnels bleek langdurig water te staan en één van de mondingen bleek in drassig terrein te liggen. Onderzoek in het achterland toonde er wel de activiteit van dassen, boommarter en steenmarter aan; als mogelijke passanten van de tunnel. De andere tunnel werd ook niet gebruikt. Deze lag droog. In het directe achterland hiervan werden geen marterachtigen aangetoond. Verkeersslachtoffers onder de dassen blijken er sinds de aanleg van de faunapassages met afrastering in het traject van de tunnels niet meer te zijn gevallen; wel net erbuiten. Onder de boommarters is sinds de aanleg nog wel een slachtoffer gevallen. Niet alle boommarters leren om een dassentunnel structureel te gebruiken zoals in dit onderzoek aantoonbaar is gemaakt.

Het onderzoek geeft aanbevelingen voor een betere situering en aanleg van dassentunnels, op basis van landschapsecologisch onderzoek naar het voorkomen van tunnel gebruikende zoogdieren en hun vaste verblijfplaatsen en landschappelijke bewegingen (ligging van burchten, wissels, e.d.) vooraf. De rapportage is verkrijgbaar via de Gemeente Deventer (contactpersoon: de heer E. Lam).

 

Nieuwsarchief