In opdracht van de gemeente Deventer is ecologisch onderzoek gedaan naar het functioneren van drie dassentunnels onder een provinciale weg door een bosgebied bij Deventer. Het onderzoek werd uitgevoerd met wildcamera’s en op basis van sporenonderzoek. De tunnels zijn geplaatst in verband de nieuwe vestiging van dassen en boommarters in het gebied circa 10 jaar geleden. Uit het onderzoek blijkt dat de dassen van een burcht die vlak bij de weg ligt regelmatig gebruik maken van één van de tunnels. Daarnaast maakte ook twee boommarters regelmatig gebruik van deze dassentunnel, ondanks de mogelijkheid voor deze dieren om met gemak het dassenraster te kunnen ‘overspringen’. De marters konden individueel worden herkend aan hun unieke keelvlek; het betrof een volwassen vrouwtje (moer) en een jong dier van dit voorjaar. Voortplanting van boommarters in het gebied is bekend uit meerjarig monitoringonderzoek. In totaal passeerde dassen en marters 26 keer gedurende de onderzoeksperiode van vier weken. Ook werden de dieren vastgelegd op vaste wissels die van en naar de faunapassages toe liepen. Verder werden geen andere dieren geregistreerd die van de tunnel gebruik maakte, behalve een gewone bosmuis.

De andere twee tunnels leverde geen detecties van dieren op. In een van deze tunnels bleek langdurig water te staan en één van de mondingen bleek in drassig terrein te liggen. Onderzoek in het achterland toonde er wel de activiteit van dassen, boommarter en steenmarter aan; als mogelijke passanten van de tunnel. De andere tunnel werd ook niet gebruikt. Deze lag droog. In het directe achterland hiervan werden geen marterachtigen aangetoond. Verkeersslachtoffers onder de dassen blijken er sinds de aanleg van de faunapassages met afrastering in het traject van de tunnels niet meer te zijn gevallen; wel net erbuiten. Onder de boommarters is sinds de aanleg nog wel een slachtoffer gevallen. Niet alle boommarters leren om een dassentunnel structureel te gebruiken zoals in dit onderzoek aantoonbaar is gemaakt.

Het onderzoek geeft aanbevelingen voor een betere situering en aanleg van dassentunnels, op basis van landschapsecologisch onderzoek naar het voorkomen van tunnel gebruikende zoogdieren en hun vaste verblijfplaatsen en landschappelijke bewegingen (ligging van burchten, wissels, e.d.) vooraf. De rapportage is verkrijgbaar via de Gemeente Deventer (contactpersoon: de heer E. Lam).

 

Met de nieuwe ontwikkelingen omtrent het behalen van duurzame energie doelstellingen dringt de inrichting van grootschalige solar- of zonneparken zich aan. Dit betekent dat grote open gebieden aantrekkelijk zijn voor het ontwikkelen van deze parken. Dit is niet zonder landschappelijke en ecologische gevolgen in een dicht bebouwd land als Nederland, waar open ruimte schaarser wordt en waarin natuurwaarden vaak in het geding zijn.  Een zorgvuldige ecologische en milieukundige analyse komt hierbij kijken, ten aanzien van de effecten op landschap, bodem en natuurwaarden.

Toch is er veel mogelijk mits de zogenaamde trade-off met ecologische winst naar de positieve kant uitslaat. EcoNatura werkt en denkt daarom mee aan de ecologische inpassing van zonneparken in Nederland, momenteel in een aantal grote projecten. Dit gebeurt met een kritisch ecologische bril, namelijk het goed aanwijzen van (landschaps)ecologische gevoeligheden ten aanzien van beschermde landschaps- en natuurwaarden. Tegelijkertijd wordt er op ecologie en landschap toegesneden onderzocht wat er aan natuurwaarden binnen een zonnepark gewonnen kan worden middels natuurontwikkeling en speciale faunavoorzieningen, samen met een monitoringsplan.

EcoNatura voert middels de Rewilding Foundation onderzoek uit naar de komst van de wolf op het wolvenfront richting Nederland en naar  het process van spontane verwildering (rewilding) in Duitsland. Tevens wordt onderzoek gedaan naar de komst van de lynx, wilde kat en jakhals richting onze grens.

Methoden zijn getest om de eerste wolven in de regio te kunnen vaststellen. Tevens wordt onderzoek gedaan naar de vestiging van wolvenparen en roedels, het terreingebruik van de wolven en hun wijdere verhoudingen met het landschap, prooidieren en de mens. Hieruit geputte kennis komt zeer van pas bij mogelijk toekomstig wolvenonderzoek in Nederland. EcoNatura bereidt zich daar actief op voor, voor het leveren van adviezen over wolven met wetenschappelijke en op veldervaring gestaafde kennis.

Recent, tijdens dit onderzoek kwam Erwin van Maanen oog in oog met een wilde wolf te staan; een fantastische en tegelijkertijd ook spannende ervaring.  Het dier toonde echter geen agressie, maar was even nieuwsgierig en nam toen de vlucht; wederom een goed teken van dat de wolf de mens liever vermijdt met aangeboren angst.

EcoNatura verzorgt lezingen over de wolf, waarin op objectieve wijze vrijwel alles over de wolf in een notendop de revue passeert.  →Boek hier een wolvenlezing.

Erwin van Maanen van EcoNatura is tevens co-auteur van het boek De Wolf Terug: Eng of Enerverend.

Tijdens een onderzoek naar vleermuizen in Zuid Limburg was er tijd om een onderzoek te doen naar het voorkomen van de Europese wilde kat, met methoden die ook voor onderzoek naar marterachtigen wordt gebruikt – de zogenaamde Jiggler-methode.  Hiermee werden diverse dieren vastgelegd waaronder ook een jong dier. De wilde kat kan zich tot dusver goed handhaven in de oude bossen van het heuvelige limburg. De vraag is nog of de wilde kat zich ook verder zal verspreiden in Nederland. EcoNatura gaat verder onderzoek naar de verspreiding van de wilde kat naar ons land vanuit Duitsland.

Onderzoek roofdieren

 

Toename in wildaanrijdingen (valwild) op de Utrechtse Heuvelrug

In opdracht van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voerde EcoNatura een landschapsecologisch onderzoek uit naar toenemende wildaanrijdingen (‘valwild’) op een aantal gemeentewegen. De vraag – in verband met een motie – was om de oorzaken goed te karakteriseren en praktische maar ook kosteneffectieve oplossingen aan te dragen. Daarvoor is onderzoek gedaan naar het voorkomen van valwild op de wegen, vooral het lokaliseren van hotspots of blackspots; of plaatsen met veel overstekend wild. Voorts werden diverse preventieve maatregelen (vooral gericht op het reduceren van reewildaanrijdingen) doorgelicht op effectiviteit en duurzaamheid middels literatuuronderzoek en consultering van ervaringsdeskundigen. Daarop werd een pakket aan maatregelen met kostenindicering vervaardigd.

Uit het onderzoek blijkt dat vooral op de ontsluitingswegen een combinatie van actieve snelheid en wildoversteek signalering samen voorlichting en aanvullend een Duurzaam Veilig 60 weginrichting voor harmonisering van weggebruikers de beste oplossingen bieden voor het reduceren van wildaanrijdingen op gemeentewegen. Tevens is versterking van een samenwerking en gegevensuitwisseling tussen diverse instanties die met valwild te maken krijgen gewenst en voorgesteld, vergelijkbaar met zulke initiatieven elders, zoals op de Veluwe. Dit tevens in het licht van samenleven met natuur en ontsnippering van natuurlandschap binnen Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.

Kleine marterachtigen voor het voetlicht

Sinds 2010 voert EcoNatura als grondleggend lid van de Stichting Kleine Marters (SKM) onderzoek uit naar onderzoeksmethoden voor het in eerste instantie kunnen inventariseren van bunzing, hermelijn en wezel.  De WKM ontwikkelde en testte hiervoor de zogenaamde Mostela-methode, genoemd naar Jeroen Mos; de uitvinder. Met dit werk kwam de SKM veel te weten over de ecologie van kleine marters in de Nederlandse natuur (en waar ze gevonden kunnen worden).

De SKM toond echter ook aan dat het wellicht niet goed is gesteld met deze dieren door een combinatie van oorzaken, waaronder landbouwintensivering, verkeerintensivering, habitatversnippering, toenemend gebruik van tweede generatie rodenticiden tegen ratten en andere minder zwaarwegende factoren. Kleine marters zaten onder de radar van de Nederlandse natuurbescherming en het is daarom opmerkelijk dat ze in de nieuwe Wet Natuurbescherming door het merendeel van de provincies op de vrijstellingslijst zijn gezet; feitelijk zonder onderbouwing of consultering van deskundigen.

Kleine marterachtigen

Dit maakte echter wel dat de interesse voor kleine marterachtigen is toegenomen en men kampt met de vraag: hoe brengen we deze dieren goed in beeld en wat kunnen we ze doen om ze beter te beschermen in ons cultuurlandschap? De nieuwe wetgeving vraagt ook om inzicht te krijgen in het voorkomen van deze dieren voor een duurzame instandhouding.

Met de opgebouwde eerstehands kennis opgedaan in het pionierende onderzoek naar deze soortgroep in Nederland, in samenwerking met buitenlandse onderzoekers, is EcoNatura graag van dienst om onderzoek en bescherming van kleine marterachtigen te bevorderen met advies en onderzoek.

Kleine marterachtigen

Naar actieve natuurbescherming in plaats van een passieve status quo

Onlangs verscheen het rapport Meer natuur, minder knel van Bureau Ulucus & Legal Advice for Nature. Een welkome pleidooi voor meer aandacht voor actieve natuurbescherming en natuurherstel voor landschappen en soorten in plaats van de huidige passieve insteek van bescherming en handhaving binnen de gegeven ‘marges’. Deze tendens lijkt te gaan ontstaan met de nieuwe Wet natuurbescherming, waarmee ons natuurlijk erfgoed verder in het gedrang lijkt te komen. Er liggen echter ook kansen voor de effectuering van ecologische duurzaamheid en voor herstel van onze natuurlijke landschappen en biodiversiteit. De auteurs leggen de loper uit om hierin te participeren en geven belangijke handreikingen.

Actieve natuurbescherming

EcoNatura werkt samen met de Britse Universiteit van Cumbria en de Lynx UK Trust aan een proef voor de terugkeer van de lynx in het Verenigd Koninkrijk.

In januari was EcoNatura deel van een consultatie-bijeenkomst voor bewoners van de streek Northumberland en Kielder Forest, waar herintroductie van de lynx voor ogen staat bij wijze van een eerste proef. Deze bijeenkomst was zeer constructief en behandelde de zorg van met name schapenboeren. Daarnaast ging een team van het Lynx UK Trust van deur tot deur op pad in Kielder Forest en omgeving, om mensen daar te informeren en consulteren over de terugkeer van de lynx. De percepties en zorgen van mensen varieren van zeer ‘tegen’ tot en met ‘welkom’. Het vraagstuk behandelt tevens de toekomst van het gebied, mede in het kader van de BREXIT, gericht op de levensvatbaarheid van de schapenhouderij en nieuwe kansen voor natuurlijke bosontwikkeling in samenspel met het creëren van impulsen voor streek- en ecotourisme. EcoNatura denkt tevens mee in een ecologische effect-beoordeling voor de lynx herintroductie – met een feasibility study – waarin wordt gekeken naar alle habitat- en omgevingskwaliteiten (landschapsecologie) voor de lynx.

Tevens organiseerde EcoNatura samen met de University of Cumbria een seminar over rewilding, waarin verscheidene universiteiten, natuurorganisaties en natuuragentschappen van de Engelse overheid participeerde.

Rewilding

Workshop in het determineren van vogelveren

In samenwerking met Weylin Tracking (opleidingen in diersporenkunde) geeft EcoNatura een workshop in verenkunde, op 5 februari 2017 in Apeldoorn. Verenkunde behelst het determineren van vogelveren als onderdeel van diersporenkunde en/of het gebruik daarvan in meer specialistisch ecologisch of vogelonderzoek. EcoNatura behoort tot een van de weinige specialisten op dit terrein in Nederland.

Wespendief

Aanwezigheid van een wespendief te duiden op basis van deze staartveer.

Verenkunde kan bijvoorbeeld ingezet worden bij het determineren van visitekaartjes van vogels, indicerend voor aanwezigheid zonder dat de dieren op zicht of gehoor zijn waargenomen, en voor onderzoek naar broedbiologie en populatie-ecologie van bepaalde soorten vogels.

De workshop levert in eerste instantie een introductie in de verenkunde als basis voor verdieping en is gericht op hobbyende dierspoorzoekers tot professionele veldbiologen en vogelonderzoekers.

Voor meer meer informatie over de workshop, deelname en vervolg- en andere dierspoorcursussen kan contact worden opgenomen met Jeroen Kloppenburg van Weylin Tracking.

nachtzwaluw

Visitekaartje van een nachtzwaluw, een heimelijke nachtvogel.

In september 2016 deed EcoNatura in opdracht van de Georgische vogelbeschermingsorganisatie SABUKO (nominate BirdLife partner) een re-assessement van de jacht op trekvogels in de heuvels van Batumi, Georgië. De bedoeling van dit project is om inzicht te krijgen in verandering van de jachtdruk ten opzichte van een eerdere studie. EcoNatura voerde een wildlife CSI onderzoek uit, samen met leden van SABUKO.

Hoewel de jachtdruk om bepaalde – nog nader uit te zoeken – redenen lijkt te zijn gedaald, is er nog steeds reden voor grote en vooral ethische zorg. Naast de jacht speelt ook habitatvernietiging van belangrijke wetlands (Kolkheti en Chorokhi) een bedreigende rol voor trekvogels, die hier in grote getalen over vliegen en tijdelijk rusten.

sabuko