vleermuisbeschermingStrikt beschermde nachtdieren

Vleermuizen vervullen als insecteneters een belangrijke rol in ons milieu. Zo eten ze bijvoorbeeld veel steekmuggen, tot wel honderden per nacht! En veel van de in Nederland voorkomende vleermuizen zijn sterk afhankelijk van onze leefomgeving, omdat ze graag verborgen in gebouwen leven.

Vleermuizen zijn strikt beschermd conform de Europese en Nederlandse natuurwet- en regelgeving. Dat maakt dat er een behoorlijk spanningsveld kan optreden tussen enerzijds de bescherming van vleermuizen en anderzijds de efficiënte uitvoering van ruimtelijke ingrepen.

Bij bijvoorbeeld de renovatie of afbraak van een gebouw of kap van holle bomen, is het volgens de Wet natuurbescherming verplicht om eerst te laten onderzoeken of er geen vleermuizen in het geding zijn. Indien dat wel het geval is en verstoring niet vermeden kan worden, dan dienen kansrijke mitigerende of compenserende maatregelen te worden aangedragen, alvorens een project mag of kan worden uitgevoerd. Een ontheffingsprocedure via het bevoegd gezag is dan onvermijdelijk. Soms kan er ook sprake zijn van overlast door vleermuizen, wat om afschermende maatregelen vraagt.

In de praktijk is het oplossen van vleermuisproblematiek vaak geen sinecure en vergt een gedegen onderbouwing ten aanzien van de fysiologische en habitateisen die de dieren stellen, alsmede hun aanpassingsvermogen bij veranderingen. EcoNatura heeft ruime ervaring met vleermuisonderzoek en het treffen van beschermende maatregelen.

Proactieve natuurbescherming

EcoNatura werk tevens aan pro-actieve of bufferende natuurbescherming waarbij op voorhand uitwijkmogelijkheden of duurzame vestigingsplaatsen worden gecreëerd voor gebouwbewonende diersoorten, waaronder vleermuizen (→ voorbeeld vleermuistoren).

Ultrasone geluiden

De in Nederland voorkomende vleermuizen produceren ultrasone geluiden voor communicatie en voor de jacht op insecten. Deze geluiden kunnen opgenomen en gedetermineerd worden met een zogenaamde ‘bat detector’. Voor het langdurig registreren van vleermuisbewegingen in het veld kan een zogenaamde batlogger worden gebruikt. Daarnaast kan de aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen nader worden bepaald aan de hand van zintuigelijke waarneming en sporenonderzoek. Holten of ruimten worden bekeken met speciale instrumenten, zoals een hengelcamera (‘hengcam’) of een thermografische camera.

Bij onderzoek naar vleermuizen is het van groot belang om de leefwijze en levensstadia van de dieren gedurende het hele jaar geheel in ogenschouw te nemen.  Ze maken namelijk wisselend in tijd en ruimte gebruik van zomer- en/of kraamverblijven, balts- en paarplaatsen, en winterverblijven (→ natuurkalender). De wijze waarop en waar precies is echter afhankelijk van de soort in kwestie.

vleermuisonderzoek

‘Vleren’ in traditionele, moderne en bosverblijven

Vleermuisonderzoek

Vleermuisonderzoek vergt redelijk diepgaande biologische kennis van de verschillende soorten en kent vaak een lange doorlooptijd (→ natuurkalender). Dit betekent dat een duidelijk beoordelingsschema moet worden uitgezet, zodat initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen in hun planning weten waar ze aan toe zijn. Omgekeerd is het van belang dat initiatiefnemers vleermuisonderzoek ruimschoots in hun planvorming en tijdsplanning opnemen. Onderzoek naar de zomerverblijfplaatsen van vleermuizen (inclusief kraamverblijven en baltsplaatsen) loopt namelijk altijd in het zomerseizoen conform het Vleermuisprotocol.

EcoNatura biedt bij projecten begeleiding in de bescherming van vleermuizen conform het Vleermuisprotocol en de ontheffingsprocedure gegeven door het betreffende bevoegd gezag.

vleermuiskast

Voorbeeldprojecten

  • Onderzoek naar vleermuisverblijven in gebouwen of op complexe terreinen, bijvoorbeeld ecologische beoordelingen in verband met afbraak of rennovatie.
  • Beschermingsadviezen voor vleermuizen in het kader van natuurbeheer en -ontwikkeling (bijvoorbeeld de inrichting van een vleermuisreservaat).
  • Inpassing van kansrijke en duurzame vleermuisverblijven als onderdeel van natuurinclusief bouwen (bijvoorbeeld voor BREEAM certificering)
  • Het vastleggen van belangrijke habitatkwaliteiten (verblijfplaatsen, ecologische infrastructuur) voor vleermuizen op gemeentelijk niveau.
  • Monitoring van winterverblijven van vleermuizen, zoals in oude steenfabrieken of in vleermuiskelders.
  • Het bepalen of uitsluiten van belangrijke vleermuisfuncties in verband met bosbeheer of -transformatie (bijvoorbeeld bij landschappelijk cultuurherstel op landgoederen).

Nieuwsarchief